Volgens het tantrisch boeddhisme zijn de Dimensies van samsara en Nirvana beiden puur wat zij zijn.
Het pure is in beide Dimensies te ervaren, zelfs in de dimensie van Samsara.
Als een Wezen van zelf-vervuiling is schoongemaakt, kan hij alle Dimensies als puur ervaren.
Of hij in samsara is of juist in Nirvana. Hij ervaart alles zijnde goed en Harmonieus.
Over het algemeen wordt de staat van Zijn of niet-zijn genaamd onwetendheid, gezien als minder waard, dan de staat waarin men bewust is van zichzelf en van de Werkelijkheid.
Verlichting is het einddoel, en daar draait het om.
Onwetendheid is de weg daar naar toe.
Maar als we het tantrisch boeddhisme mogen geloven, kan er zelfs puurheid en onschuld zijn, in de staat van onwetendheid, die zich afspeelt alweer men ooit tot Verlichting zal komen.
Dus als het mens/Wezen gezuiverd is van innerlijke smetten, zal het heldere Boeddha-Bewustzijn naar voren komen.
Het is dus eigenlijk altijd goed zoals het is, of we ons nu in samsara bevinden of in Nirvana.
In het tantrisch boeddhisme zijn alle staten van zijn gewoon goed zoals ze zijn, en alle Dimensies ook.
Alleen het mens/Wezen kan last hebben van innerlijke smetten of zijnsverstoringen.
En als die worden gereinigd, dan komt het Boeddha-bewustzijn tevoorschijn, in al zijn Glorie.
Het is dus niet erg om onwetend te zijn, om eindeloos te dwalen in de dimensie van samsara.
Het heeft allemaal zin en nut.
En als je er de onschuld/puurheid van in kunt zien, dan draagt dat bij tot een algehele acceptatie van wat is.
Alles is dan goed zoals het is.
Want vrede in je hart bereik je niet door te oordelen en te veroordelen.
Nee, alleen als jij het ganse bestaan kunt zien zoals het echt is, kun je vrede in je hart hebben.